FAQ
We hebben enkele van de meest gestelde vragen van onze klanten voor jou op een rijtje gezet.
Paardentanden groeien hun hele leven door en slijten af tijdens het kauwen. Het grote verschil tussen wilde en gedomesticeerde paarden zit echter in hun leefstijl en dieet.
Wilde paarden grazen tot wel 18 uur per dag en eten een grote variatie aan grassen en planten. Die natuurlijke voeding heeft een schurend effect, waardoor hun tanden gelijkmatig afslijten.
Gedomesticeerde paarden daarentegen brengen veel meer tijd door in de stal en krijgen meestal maar twee tot drie keer per dag voer. Dat bestaat vaak uit hooi en granen, waarop het paard minder moet kauwen. Het gevolg? Scherpe randjes en haken van het gebit.Daarnaast hebben moderne rantsoenen vaak een hoog suikergehalte. Granen, snoepjes of likstenen kunnen leiden tot perifere cariës (tandbederf aan de buitenkant van de kies). In vergevorderde gevallen ontstaan er zelfs diastemata (ruimtes tussen tanden waar voedsel vast komt te zitten), parodontitis, of tandbreuken.
Ook het rijden met hoofdstel en bit speelt een rol. Zelfs bij een paard met een “goed gebit” kunnen scherpe punten letsels veroorzaken aan de wangen, omdat het hoofdstel extra druk geeft. Daarom is het noodzakelijk om deze punten regelmatig te corrigeren tijdens een gebitsbehandeling.
Er bestaat geen eenduidig antwoord op deze vraag, het hangt af van de situatie en van wat er precies tijdens de gebitsbehandeling gebeurd is.
-
Bij een standaard gebitscontrole zonder afwijkingen mag je paard de dag nadien gewoon weer aan het werk.
-
Bij afwijkingen zoals diepe diastemata, een golfgebit of wonden in de mond, wordt meestal geadviseerd om enkele dagen rust te voorzien zodat alles goed kan herstellen.
-
Na het trekken van wolfstanden geldt een rustperiode van ongeveer zeven dagen waarin het paard geen bit mag dragen. Zo krijgen de weefsels in de mond de kans om te genezen. Bij het verwijderen van blinde wolfstanden kan deze periode oplopen tot tien dagen.
-
Ons minimumadvies is een jaarlijkse gebitscontrole.
Dit zorgt ervoor dat gebitsproblemen in een vroeg stadium ontdekt kunnen worden. Paarden die bereden worden, kunnen door scherpe randen gemakkelijk wondjes in de mond oplopen. Een jaarlijkse controle voorkomt dit en zorgt dat problemen in een vroeg stadium ontdekt worden.Tandheelkunde bij paarden moet vooral preventief zijn. Met een regelmatig programma van controles en verzorging kunnen we afwijkingen vroegtijdig vaststellen en behandelen, nog voordat ze uitgroeien tot ernstige aandoeningen die pijn en ongemak veroorzaken.
Preventie is dus niet alleen beter voor het welzijn van je paard, maar ook voor je portemonnee. Kleine ingrepen en regelmatige zorg zijn altijd eenvoudiger en goedkoper dan het verhelpen van vergevorderde gebitsproblemen.
Ja, ezels en pony’s hebben net als paarden regelmatige gebitscontroles nodig. Hun tanden blijven groeien en slijten voortdurend. Zonder de juiste verzorging kunnen scherpe randen, ongelijke slijtage of tandziektes ontstaan. Dit kan pijn veroorzaken en het eten bemoeilijken, wat kan leiden tot gewichtsverlies.
Naarmate paarden ouder worden, verandert hun gebitsanatomie. Die natuurlijke veroudering zorgt voor specifieke gebitsproblemen bij geriatrische paarden.
Typische aandoeningen die we bij oude paarden frequent zien zijn:
-
Sterk afgesleten of gebroken tanden
-
Losse of mobiele tanden
-
Diastemata (ruimtes tussen de kiezen) met parodontitis
-
EOTRH (Equine Odontoclastische Tandresorptie en Hypercementose)
Daarnaast hebben oudere paarden vaak managementaanpassingen nodig, zoals een aangepast dieet om de verminderde kauwefficiëntie te compenseren.
Wat levert goede zorg op?
Met regelmatige tandheelkundige zorg en aangepast management kunnen we:
-
Pijn en ongemak voorkomen of verlichten
-
Het mondcomfort van het paard aanzienlijk verbeteren
-
Het welzijn en de levensduur van oudere paarden positief beïnvloeden
Kortom: met de juiste opvolging kan een geriatrisch paard nog jarenlang comfortabel eten, functioneren en genieten van een goede kwaliteit van leven.
-
Paarden zijn van nature prooidieren en verbergen daarom vaak tekenen van pijn. Toch zijn er signalen die kunnen wijzen op gebitsproblemen. Let onder andere op:
-
Proppen maken: het paard kauwt hooi, maar kan het niet goed doorslikken en laat het terug vallen.
-
Langzaam eten of voer laten vallen tijdens het kauwen
-
Gewichtsverlies: bij onvoldoende kauwvermogen krijgt het paard niet genoeg voedingsstoffen binnen; dit kan ook leiden tot koliek of zelfs verstikkingsgevaar
-
Slechte adem of abnormale geur uit de mond
-
Overmatig speekselen (kwijlen)
-
Neusuitvloeiing
-
Hoofdstel- of hoofdgevoeligheid: het paard laat zich niet graag aanraken of wil het hoofdstel niet om
- Problemen met het bit: verzet, “head tossing” of “head shaking”.
-
Bij Equi-dent geloven wij dat een grondig gebitsonderzoek alleen goed kan worden uitgevoerd wanneer het paard goed gesedeerd is. Dit geeft ons de mogelijkheid om met behulp van licht, en een camera het hele gebit zorgvuldig te bekijken.
Zonder sedatie kunnen we wel grote zichtbare problemen zoals grote haken en scherpe randen vaststellen. Maar subtielere – en vaak belangrijke – afwijkingen, zoals cariës, scheurtjes of diastemata (spleetjes tussen de tanden), worden gemakkelijk over het hoofd gezien. Bovendien vergroot een bewegend paard het risico dat hij zichzelf verwondt tijdens het vijlen van de tanden. Sommige behandelingen kunnen zelfs helemaal niet worden uitgevoerd als het paard te veel beweegt.
Sedatie maakt het proces dus niet alleen veiliger en minder stressvol voor jouw paard, maar ook voor ons als tandarts. Zo kunnen wij nauwkeuriger, efficiënter en met minder risico werken.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen. In zeldzame gevallen, bijvoorbeeld wanneer een paard een ernstige hartafwijking heeft en sedatie een risico zou vormen, bespreken we samen alternatieve mogelijkheden om jouw paard toch de best mogelijke zorg te bieden.